Stand van zaken

Inventarisatiefase

Tijdens de inventarisatiefase kwamen zo’n 60 à 70 problemen naar boven. Enkele voorbeelden:

  • Recreatie, OCMW en vrije tijd toepassingen hebben vaak nood aan vergaande relaties of niet-familie banden (nieuw samengestelde gezinnen)
  • NACE-codes (activiteitencodes ondernemingen) zijn te industrieel gericht voor gebruik in een lokaal bestuur en hebben een vertaling nodig voor andere domeinen
  • Er is geen unieke bron voor contactgegevens zoals emailadressen en telefoonnummers.
  • Een onderneming heeft zijn activiteiten in de praktijk stopgezet, maar de vestigingen zijn nog actief
  • Er is geen onderscheid tussen een wijziging adres van een verblijfplaats (hernummering straat) en een wijziging van verblijfplaats (verhuis).
  • Er zijn geen afspraken m.b.t. geautomatiseerde interbestuurlijk aanvragen van producten.

Tijdens deze inventarisatiefase werd een domeinmodel uitgetekend.
Dit diagram geeft een (activiteitencodes ondernemingen) overzicht van alle domeinen en subdomeinen binnen OSLO.
Voor de OSLO standaard concentreren we ons op 4 (algemene) domeinen: Natuurlijk
Persoon, Organisatie, Lokalisatie en Dienstverlening.





Deze fase werd intussen afgerond. hieruit kwamen volgende belangrijke aanbevelingen voor de volgende fase:

Overzicht

Onderstaande schets geeft een impressie van het voorlopige datamodel op 21/12/2012. De groene markering geeft aan welke veldn vandaag gedeeltelijk) beschikbaar zijn in de kruispuntsytemen van centrale overheden (authentieke bronnen). Andere velden zijn een verrijking (op lokaal niveau).

 

Inzake contactinformatie


Onder contactinformatie voorzien we zowel de natuurlijke personen als de organisaties.

Enerzijds voorzien we ondersteuning voor gegevens en relaties die vandaag niet in de kruispuntbanken opgenomen zijn (bv. feitelijke verenigingen en relaties binnen nieuw samengestelde gezinnen, extern aan referentiehuishouden). Daarnaast worden de gegevens verrijkt met met contactinformatie.

Een belangrijk concept is de hoedanigheid die toelaat om bij de contactmomenten onderscheid te maken tussen de verschillende contexten waarmee iemand in aanraking komt met het lokaal bestuur (natuurlijke persoon, vertegenwoordiger onderneming, voorzitter vereniging), daarbij is het mogelijk om specifieke contactinformatie op te nemen per hoedanigheid. Dit concept zal ook de basis vormen de actoren die betrokken zijn.

Onderstaande schets geeft een overzicht tussen de AsIS situatie en de verrijkte situatie (groene markering AsIs):



Daarnaast wordt er onderzoek verricht m.b.t. de herkomst en betrouwbaarheid van informatie (vb. authentiek gegevensbron, automatische bijwerking, datum laatste wijziging, laatste wijziging door).

Inzake lokalisatie


Het domein Lokalisatie omvat alles nodig om de plaats, door adressering of georeferentie, van objecten in de openbare ruimte aan te duiden, te verwerken en toe te passen. We herkennen volgende entiteiten: locatie, adres, gebouw, perceel en geometrie, alsook volgende relaties: tot persoon.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • gebruik van autentieke adressen (CRAB) en de brug naar Federale adressen (rijksegister, kruispuntbank ondernemingen) en de afstemming op postadressen.

  • verrijking adressen buiten Vlaanderen

  • volatiele sleutels om een locatie uniek te identificeren kunnen, bij hernummering van adressen, de indruk wekken dat een persoon verhuist is (vb. impact subsidies).


Onderstaande schets geeft een overzicht tussen de AsIS situatie en de verrijkte situatie (groene markering AsIs):


Bij de authentieke bronnen is er een probleem van volatiele sleutels om een locatie uniek te identificeren. Er wordt momenteel aan een oplossing gewerkt en deze wordt verwacht rvanaf 2015. Ondertussen kunnen we daar bij de implementatie van de OSLO uitwisselingsstandaard niet op wachten. Daarom voorzien we in de standaard een oplossing voor overeenkomstig met het Nederlands model BAG. We gebruiken hierbij maximaal de sleutels van authentieke gegevensbronnen (CRAB-adressen, GRB-gebouwen en percelen).

Daarnaast is er aandacht vor de verschillende geografische standaarden (coördinatensystemen vb. Lambert72, WGS84 en representaties WKT, KML, GML).

 

Inzake dienstverlening

De kern van OSLO 1.0 blijft de contactinformatie en lokalisatie. Dat neemt niet weg dat het aspect rond dienstverlening in deze context niet weg te denken is. Dienstverlening in het kader van klantaanvragen (burgers, ondernemingen, verenigingen, etc.) Maar ook interbestuurlijke vragen. OSLO focust in dit verband op de statusweergave en type dienstverlening. Ook rollen, mandaten en machtigingen raken de dienstverlening.

Onderstaande schets geeft een overzicht tussen de AsIS situatie en de verrijkte situatie (groene markering AsIs):


Lopende fase

de uitwerking


Intussen zitten we volop in de uitwerking van het model. Er wordt een ER-diagram opgesteld. Dit diagram bevat entiteiten, diens attributen en diens verhoudingen met
andere entiteiten. Bovenstaande elementen zijn afgeleid uit de beschreven
domeinen en de behandelde problemen. Het resultaat levert een geïntegreerd
geheel af waarin alle domeinen samen voorkomen.

Bij het diagram hoort ook een verklarende woordenlijst die een elke entiteit, of
relatie, formeel definieert. Dit zorgt ervoor dat elke gebruiker de standaard juist
kan interpreteren.

Om een geslaagde gegevensuitwisseling tot stand te brengen, wordt een
serialisatie concreet omschreven. De regels om data in XML te beschrijven

Afstemming met gerelateerde internationale standaarden

In kader van kwaliteitsbewaking wordt de OSLO standaard afgetoetst met de belangrijkste gerelateerde standaarden. 

European Commission  ISA – the Interoperability Solutions for European Public Administrations programme 

  • Core Public Service Vocabulary
  • V-ICT-OR is lid van deze werkgroep

The World Wide Web Consortium (W3C) - GLD (Gov Linked Data)

  • Het W3C is in oktober 1994 opgericht met als doel het Web tot zijn volle potentieel te ontwikkelen, gemeenschappelijke protocollen te ontwikkelen, die de groei van het Web bevorderen en interoperabiliteit garanderen. Een aantal best practices uit de Government Linked Data (GLD) werkgroep zullen als inspiratie voor onze standaard dienen.
  • V-ICT-OR is lid van deze de werkgroep

Infrastructure for Spatial Information in the European Community (INSPIRE)

  • INSPIRE is een verzameling van standaarden met als doel het uitwisselen van geografische gegevens binnen de Europese Unie. Deze standaard zal als overkoepelende standaard fungeren; OSLO moet conform zijn hiermee

Nederlandse Overheid -  BAG

  • De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) is de naam voor twee Nederlandse Basisregistraties, te weten de Basisregistratie Adressen (BRA) en de Basisgebouwenregistratie (BGR).
  • Deze twee basisregistraties worden samengenomen in één term omdat er één wet is die gebruik en toepassing van die basisregistraties regelt en er één instelling is waar de gegevens beschikbaar zijn. Zowel de wet als het registratiesysteem wordt aangeduid met de afkorting BAG.

Uitgewerkte scenario's (Use-Cases)


Om het eindresultaat tastbaar te maken werken we enkele veelvoorkomende scenario’s uit met de OSLO standaard. Deze scenario’s zijn problemen, die leveranciers en besturen vaak tegenkomen. Dankzij deze scenario's (Use-Cases) wordt niet alleen de werking van de standaard duidelijk, maar ook direct de meerwaarde.