Meer over de gedachte van OSLO

OSLO zet de overheidsklant (burger en ondernemer) centraal. Enkele voorbeelden van een meer klantgerichte dienstverlening:

  • Ik wil een straatfeest organiseren en in één beweging materiaal en de nodige vergunningen aanvragen.
  • Wat is de stand van zaken van inschrijving voor kinderopvang deze zomer?
  • Zijn de contactgegevens (gsm-nummer, e-mailadres,…) die de gemeentelijke diensten van mij bijhouden nog correct?
  • Hoe informeer ik mijn ondernemers over de bereikbaarheid bij werkzaamheden? 

De belangstelling voor open data groeit significant bij beleidsmakers, softwareontwikkelaars en innovatieve denkers in de Open Data gemeenschap. Dit is te danken aan de thematische events zoals Apps For Flanders, die evangeliseren en de kloof overbruggen. Het is de overtuiging van V-ICT-OR dat Open Data zeer succesvol zal zijn wanneer we data van zo dicht mogelijk bij de bron te ontsluiten en de feedback van burgers op deze data kunnen terugkoppelen naar de proces-eigenaars.

Ook hierbij kan OSLO, de Open Standaard voor lokale besturen een oplossing bieden. OSLO schept kansen voor een Open Overheid:

  • De burger krijgt inzicht in kerngegevens van de overheid (Open Data en een Open Overheid).
  • voorbeeld: ontsluiten van statistieken m.b.t. de performatie, doorlooptijd van de dienstverlening: hoeveel meldingen van problemen, welk deel effectief aangepakt en de relatie met het voorziene budget in de begroting.
  • De burger krijgt inzicht in de gegevens die de overheid van hem/haar bijhouden.
  • Welke verrijkte persoonsgegevens verzamelde het bestuur en welke toelating gaf ik voor hergebruik hiervan?
  • De burger krijgt inzicht in de status van de dienstverlening aan de burger.
  • OSLO schept kansen voor e-participatie
  • De burger wordt gericht (wie, wat, waar) betrokken bij de werking (participatie en engagement) via een koppeling met sociale media.
  • OSLO schept kansen voor hergebruik van gegevens
  • kan zijn/haar dossier bij verhuis ‘meenemen’ naar een nieuw bestuur (slimme cluster)
  • krijgt meer gebruiksgemak door overheidsdata te hergebruiken binnen zijn vertrouwde toepassing.

Voorbeeld: een vlottere toegang tot en betere kwaliteit van wegwijsinformatie publieke dienstverlening: welke (feitelijke) verenigingen zijn er in mijn stad, is de bibliotheek vandaag open.

Om de consensus met de industrie te vrijwaren is gekozen voor een publiek-private samenwerking, met alle belanghebbenden. Zowel overheden als private dienstenleveranciers tekenden hier op in. Naast deze consortiumpartners nodigde V-ICT-OR ook een aantal experts uit. De lokale besturen worden betrokken via de werkgroep lokaal e-government, die de verschillende beroepsfederaties vertegenwoordigd. Deze werkgroep is inmiddels formeel orgaan van de de VDI en GDI. De academische partners die het traject mee bewaken zijn iMinds-Multimedia Lab (een onderzoeksgroep binnen de Universiteit Gent die wereldwijd onderzoek voert naar datastandaarden), de vakgroep Bestuur en Beleid van de Hogeschool Gent.

Gedurende OSLO 2.0 werd de standaard getest door verschillende ICT dienstenleveranciers. Het resultaat is een verrijking en verdieping van de Standaard: OSLO v1.1.

Het model is uitgewerkt op basis van drie logische domeinen:

  • Contactinformatie
  • Lokalisatie
  • Dienstverlening

De prioriteit van het consortium ligt op het vlak van contactinformatie. Het is voornamelijk in dit domein dat lokale besturen baat hebben bij de standaard. Dienstverlening is in deze versie van de standaard op een eerder hoger niveau uitgewerkt en vooral gebruikt als toetsing van de domeinen contactinformatie en lokalisatie. Het domein dienstverlening laat toe om een overzicht te maken van beleidsinfo van het bestuur of een PIP (my page) voor de burger. Het is voornamelijk in die optiek dat het hoofdstuk rond dienstverlening moet gelezen worden.

Contactinformatie
Dit domein is opgebouwd rond de entiteiten ‘natuurlijke persoon’ en ‘organisatie’. Natuurlijke personen omvatten alles wat betrekking heeft tot een mens van vlees en bloed, met een identiteit (naam en voornamen), geboorteplaats en -datum en geslacht en nationaliteit(en). Organisaties omvatten alle zelfstandig, geordend samenwerkingsverbanden, met uitzondering van familiale verbanden, tussen natuurlijke en/of rechtspersonen. Organisaties kunnen zowel bedrijven kunnen zijn als verenigingen met of zonder rechtspersoonlijkheid.

Lokalisatie
Het domein Lokalisatie omvat alles nodig om de plaats, door adressering of georeferentie, van objecten in de openbare ruimte aan te duiden, te verwerken en toe te passen.

Dienstverlening
Het domein Dienstverlening omvat alle processen met een wel gedefinieerde aanleiding en een wel gedefinieerd resultaat, waarvan kwaliteit en doorlooptijd bewaakt moeten worden, bij een transactie tussen persoon en bestuur, tussen organisatie en bestuur en interbestuurlijk.

De formele (technische) specificatie wordt ter beschikking gesteld via een versiebeheersysteem dat discussies met de verschillende actoren (lokale besturen, ICT dienstenleveranciers, centrale overheden) ondersteund. De specificatie heeft niet als doel om bestaande datastructuur te herontwerpen maar een gemeenschappelijke laag te vormen tussen verschillende systemen. Het is een technologie neutrale specificatie, dit betekent dat er een ontkoppeling is van implementatie en data beschrijving. In het OSLO-model staat betekenisvol verwerken van ontvangen informatie met gegevens van andere bronnen centraal. Het model zorgt voor een correcte representatie van de data volgens verwachte interpretatie van de gebruikers.

Twee essentiële componenten hierbij zijn:

  • Sterk herbruikbare (meta)data en referentiedata
  • Accurate beschrijvingen van de (meta)data.

Een vergelijkbare formele specificatie werd reeds ontwikkeld door ISA.
ISA staat voor Interoperability Solutions for European Public Administrations Programme en heeft als doel elektronische gegevensuitwisseling tussen publieke diensten in Europese landen.

OSLO is een uitbreiding (extentie) op de Europese standaard. De OSLO standaard is meer grannulair en houd rekening met kruispuntsystemen van de centrale overheden (Federaal en Vlaams).

We hebben naast een OSLO XML schema, het OSLO conceptueel model beschreven volgens Linked Data standaarden, in het bijzonder RDF. Dit is een methode om gepubliceerde data te beschrijven om verschillende heterogene data met elkaar in verband te kunnen brengen. Uiteindelijk kan het XML Schema en de RDF vocabulary gebruikt worden als model of validatie voor implementaties van de conceptuele specificatie van OSLO.

RDF kan niet zomaar geplaatst worden tegenover XML, eventueel wel tegenover XSD. XML is een serialisatie (syntax) zoals JSON bijvoorbeeld. Het datamodel dat hoort bij XML is (uiteraard) een boomstructuur. De validatie van het datamodel (de boomstructuur) hangt af van het XML schema (XSD). RDF is een datamodel gebaseerd op een graafstructuur en essentieel daarbij is dat de entiteiten geïdentificeerd worden aan unieke URI's. Voor RDF bestaan er verschillende serialisaties waaronder ook XML.

De XSD mag niet gebruikt worden als intern datamodel (gelinkt aan een DBMS bvb.): enkel voor uitwisseling. Er moet dus een mapping gemaakt worden naar het interne datamodel. De verantwoordelijkheid voor die mapping ligt bij de implementatie. De OSLO XSD is dus in feite een “canonical model” (canoniek model). Het doel van een canoniek model is om een woordenlijst van herbruikbare veelvoorkomende objecten en definities op zakelijk- of dienstverlening niveau te definiëren om interoperabiliteit tussen verschillende systemen te maximaliseren.